Op welke dagen is er teveel ozon?

Er moeten een aantal voorwaarden vervuld zijn vooraleer er in onderste luchtlagen (op leefniveau) te veel ozon voorkomt:

- het moet zonnig zijn (veel UV-licht). Wolken houden de UV-straling van de zon (in grote mate) tegen.
- het moet voldoende warm zijn (>25 °C).
- er moet wind uit continentale windrichtingen (O, ZO, Z) met lage windsnelheden zijn.
- er moeten genoeg stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) in de lucht aanwezig zijn en dit in de juiste verhoudingen.

De (vereenvoudigde) chemische reactie van ozonvorming vind je terug in het antwoord bij een andere vraag.
Hierbij dient wel te worden vermeld dat één dag zonnig en warm weer meestal geen overschrijding van de ozondrempelwaarde tot gevolg heeft. Een langere zomerse periode is (meestal) noodzakelijk.

Teveel ozon ("ozonsmog") komt op leefniveau in ons land dus enkel voor in de maanden mei, juni, juli en augustus of uitzonderlijk ook eind april of begin september in periodes met een hogedrukgebied gesitueerd boven het Europese vasteland met oostelijke tot zuidoostelijke luchtstromingen richting West-Europa.

Een overzicht van het aantal "ozondagen" (dag waarop in België minstens één overschrijding werd gemeten van de EU-drempelwaarde (180 µg/m³)) in België vind je hier.

Onder speciale meteorologische omstandigheden kan er intrusie (binnendringing) van ozon uit de vrije troposfeer of zelfs de stratosfeer naar de lagere luchtlagen, voorkomen. Dit kan uitzonderlijk (laatst voorgevallen in België op 5, 6 en 7 mei 1995) zelfs een overschrijding van de drempelwaarde veroorzaken. Dit wordt ook wel eens "spring ozone" (lente-ozon) genoemd. Ook krachtige voor- of najaarsstormen met grote neerwaartse luchtbewegingen kunnen zorgen voor verhoogde ozonconcentraties aan de grond.